Fellenoord 226 Eindhoven | 040 - 20 545 20
Advocaat
NL / EN

Familierecht

Het personen- en familierecht is het onderdeel van het burgerlijk recht dat zich bezighoudt met familiebetrekkingen en bevoegdheden van personen.

Onderwerpen zijn o.a.:

  • echtscheiding of einde samenwoning
  • huwelijkse voorwaarden/ samenlevingscontract
  • alimentatie
  • kinderen: naamrecht, adoptie, ouderlijk gezag, ouderschapsplan, verhuizen na een scheiding

Zie ook onderstaande toelichting op de verschillende onderwerpen.


Neem contact op Kennismaking altijd vrijblijvend en kosteloos.

Niet alleen uw juridische bijstand was prima maar uw meelevendheid en af en toe uw bezorgdheid heeft ons heel veel goed gedaan. Voor ons was het meer dan alleen maar advocate – cliënte. Dank daarvoor.

U kunt altijd contact opnemen om vrijblijvend en kosteloos uw persoonlijke situatie te bespreken. Iedere situatie is uniek en vraagt om maatwerk.

Wilt u weten op welke wijze en met welk tarief ik u in uw echtscheiding / mediation kan bijstaan, neem dan gerust contact met ons op.

T 040 – 20 545 20
E schutte@schutte-advocatenkantoor.nl

Voor de algemene voorwaarden van ons advocatenkantoor klikt u hier.

Voor een routebeschrijving naar ons advocatenkantoor, zie contact

Toelichting onderwerpen familierecht

U heeft ongetwijfeld vragen over zaken met betrekking tot familierecht. Neem gerust vrijblijvend per email of telefoon contact op zodat we uw specifieke situatie vrijblijvend kunnen bespreken.

Onderstaand vindt u alvast een toelichting op enkele onderwerpen:

Echtscheiding

Duurzaam ontwricht

In Nederland kunt u scheiden als uw huwelijk duurzaam ontwricht is. Duurzame ontwrichting is de enige reden die de Nederlandse wet geeft voor echtscheiding en scheiding van tafel en bed. Er is sprake van duurzame ontwrichting, als de verhouding binnen het huwelijk zo moeilijk is geworden, dat het eigenlijk niet mogelijk is om nog langer bij elkaar te blijven.

Echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

Een echtscheiding, een scheiding van tafel en bed en een ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed zijn drie verschillende dingen.

Bij een echtscheiding wordt het huwelijk beëindigd. Alle juridische banden die uw partner en u hebben, worden verbroken. U kunt, als u dat wilt, opnieuw met iemand anders trouwen of een geregistreerd partnerschap sluiten.

Bij een scheiding van tafel en bed blijft u volgens de wet getrouwd. De rechten en plichten van het huwelijk blijven gewoon bestaan. Een scheiding van tafel en bed kan een oplossing zijn als u om levensbeschouwelijke of financiële redenen geen echtscheiding wilt.

Wilt u na een scheiding van tafel en bed helemaal uit elkaar, dan kunt u aan de rechter vragen om ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Na de ontbinding van het huwelijk is het huwelijk definitief geëindigd en kunnen uw partner en u opnieuw met iemand anders trouwen of een geregistreerd partnerschap sluiten.

Zowel voor een scheiding als voor een ontbinding van het huwelijk moet u naar de rechter en hebt u een advocaat nodig. Ook een mediator (bemiddelaar) kan u hierbij helpen.

Samen of alleen

Een scheiding of een ontbinding van het huwelijk kunt u samen met uw partner vragen. Maar als u dat niet wilt of als dat niet mogelijk is, kunt u het ook alleen doen.

Einde samenwoning

Als een samenwoning wordt beëindigd, hebben de partners alleen nog rechten en plichten ten opzichte van elkaar als dit in een samenlevingscontract is vastgelegd. 

De rechten en plichten die zijn vastgelegd in een samenlevingscontract duren in beginsel zo lang als de overeenkomst duurt. Het is mogelijk om af te spreken dat er ook daarna nog rechten en plichten ten opzichte van elkaar blijven bestaan. Er kunnen bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden over de verdeling van gemeenschappelijke bezittingen, wie er in het huis mag blijven wonen na de scheiding, of er gedurende een bepaalde periode alimentatie voor de ex-partner zal worden betaald. Bij samenwonen is er dus alleen sprake van partneralimentatie voor zover de partners dat in het samenlevingscontract hebben vastgelegd. Wij kunnen u behulpzaam zijn bij de vermogensverdeling.

Kinderen en einde samenwoning

Voor de rechten en plichten tegenover de kinderen, waaronder de kosten van het levensonderhoud, is niet de samenlevingsvorm van de ouders bepalend, maar het feit of er biologische of familierechtelijke banden met het kind bestaan, of dat er sprake is van gezamenlijk gezag over het kind. Ook bij enkel biologisch ouderschap bestaat er een alimentatieplicht (dit geldt overigens niet voor donoren). Beide ouders moeten voor hun kinderen, naar rato van hun financiële draagkracht, de kosten van verzorging en opvoeding betalen. Over de kinderalimentatie kunnen zij samen afspraken maken. Maken zij geen afspraken, dan kan de rechter gevraagd worden om het bedrag vast te stellen dat de ene ouder aan de andere voor de kinderen moet betalen.

Ook bij einde samenwoning is het verplicht een ouderschapsplan op te stellen (zie ookouderschapsplan). Wij kunnen u bij de afwikkeling van uw einde samenwoning behulpzaam zijn, waaronder het opstellen van een ouderschapsplan.

Einde geregistreerd partnerschap

Als een geregistreerd partnerschap eindigt, blijven de partners een aantal rechten en plichten ten opzichte van elkaar houden. De onderhoudsplicht en de verdeling van de pensioenrechten zijn belangrijke voorbeelden. De financieel draagkrachtige partner heeft een onderhoudsplicht ten opzichte van de andere partner. Er is wat dat betreft geen verschil tussen huwelijk en geregistreerd partnerschap. Aan de beëindiging van een geregistreerd partnerschap komt altijd een officiële instantie te pas: de rechter en/of de burgerlijke stand.

Een geregistreerd partnerschap kan bij wederzijds goedvinden ook buiten de rechter om eindigen. Dit wederzijds goedvinden moet dan wel aantoonbaar en goed geregeld zijn. De partners moeten daarom een overeenkomst opstellen bij een advocaat of mediator, waarin zij bevestigen dat zij het partnerschap willen beëindigen en waarin goede afspraken worden gemaakt over de verdeling van bezittingen, alimentatie, enz. Deze overeenkomst moet worden ingeschreven in het register bij de burgerlijke stand. Pas dan is het geregistreerd partnerschap beëindigd. 

Ook een geregistreerd partnerschap met internationale aspecten kan in Nederland buiten de rechter om worden beëindigd. De Wet conflictenrecht geregistreerd partnerschap stelt enige regels aan de bevoegdheid van de ambtenaar van de burgerlijke stand om de verklaringen van de partners in te schrijven. Op die gronden is in beginsel het Nederlandse recht van toepassing. Partijen kunnen echter gezamenlijk kiezen voor het recht van het land waar het geregistreerd partnerschap is aangegaan. Een in het buitenland tot stand gekomen beëindiging van een geregistreerd partnerschap wordt in beginsel erkend. Omzetting van een huwelijk in een geregistreerd partnerschap kan niet meer sinds 1 maart 2009.

Kinder- en partner-alimentatie

Kinderalimentatie

Ouders moeten wettelijk in het levensonderhoud van hun kinderen voorzien. Tijdens het huwelijk is dit vanzelfsprekend, maar na een scheiding leidt de onderhoudsplicht vaak tot discussie. De bijdrage in de kosten van opvoeding en verzorging wordt kinderalimentatie genoemd. Ouders moeten voor hun kinderen betalen totdat zij 18 jaar oud zijn. Maar meestal houden de financiële verplichtingen ook daarna niet op. 

Er bestaat voor jong meerderjarigen een voortgezette onderhoudsplicht mits zij studeren en behoeftig zijn, die er op neerkomt dat ouders tot het 21ste jaar in de kosten van levensonderhoud en studie moeten voorzien. Alleen als een kind na het 18de jaar wel in het eigen onderhoud kan voorzien, bijvoorbeeld omdat hij of zij werkt, kan de alimentatieverplichting worden beëindigd. Bij een scheiding moet voor de minderjarige kinderen een alimentatieregeling worden getroffen. De financiële verplichtingen van de ouders staan overigens los van de gezags- of omgangsvoorzieningen. Dit betekent dat de betalende ouder de alimentatie in principe ook moet betalen als hij of zij de kinderen niet kan (of mag) zien.

Over het alimentatiebedrag voor de minderjarige kinderen kunnen de ouders samen afspraken maken. De rechter gaat wel na of het overeengekomen bedrag in overeenstemming is met de bedragen die volgens de tabellen van het NIBUD voor kinderalimentatie worden vastgesteld.

Partneralimentatie

Als u na de scheiding niet in staat bent om (geheel) in uw eigen levensonderhoud te voorzien, kunt u aanspraak maken op alimentatie voor u zelf. U kunt hierover in een schriftelijke overeenkomst (convenant) afspraken maken met uw partner. U kunt uw verzoek ook aan de rechter voorleggen. Op 1 juli 1994 zijn de wettelijke regels over partneralimentatie gewijzigd. Op dat moment is de Wet limitering alimentatie in werking getreden. In de Wet limitering alimentatie staat dat voor partneralimentaties die vanaf 1 juli 1994 zijn afgesproken of door de rechter zijn vastgesteld, geldt dat de betalingsverplichting in principe 12 jaar duurt. Natuurlijk kunt u ook een kortere termijn afspreken. De betalingsverplichting eindigt dan als de afgesproken termijn voorbij is. Bent u korter dan 5 jaar getrouwd en zijn er geen kinderen, dan kan volgens de Wet limitering alimentatie de alimentatieplicht niet langer duren dan het huwelijk heeft geduurd.

De rechter houdt bij het vaststellen van het alimentatiebedrag rekening met de behoefte van degene die alimentatie vraagt of ontvangt en de draagkracht van degene die alimentatie moet betalen of betaalt. De rechter weegt de behoefte van de ene partij af tegen de draagkracht van de andere partij. Het kan voorkomen dat de een het gevraagde bedrag nodig heeft om rond te komen, maar dat de ander dat bedrag absoluut niet kan opbrengen. De rechter kan dan nooit het gevraagde bedrag als alimentatie vaststellen

Gezag over de kinderen

Ouderlijk gezag is het gezag over een kind dat wordt uitgeoefend door twee ouders of door één ouder. Iemand die het gezag over een minderjarige heeft, is verantwoordelijk voor de opvoeding en verzorging van het kind en is ook de wettelijke vertegenwoordiger van het kind.

Gezag gehuwde ouders/ouders met geregistreerd partnerschap

Ouders die getrouwd zijn, hebben samen het ouderlijk gezag over het kind. Ook ouders die een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan, verkrijgen automatisch samen het ouderlijk gezag over de kinderen. Voorwaarde is wel dat de mannelijke partner het kind heeft erkend.

Gezag ongehuwde ouders/ouders zonder geregistreerd partnerschap

Een ongehuwde meerderjarige moeder krijgt automatisch het ouderlijk gezag over haar kind. Zij heeft dit direct vanaf de geboorte van het kind. De vader verkrijgt niet automatisch het ouderlijk gezag. Als de ouders samen het ouderlijk gezag willen uitoefenen en de vader het kind heeft erkend, dan kunnen zij hiervoor een verzoek indienen bij de griffie van de rechtbank. Dit is een relatief eenvoudige procedure. De griffie van de rechtbank heeft hiervoor een formulier. Samen met een aantal “bewijsstukken” moet dit formulier ingevuld worden ingeleverd. De griffier kijkt of aan alle voorwaarden is voldaan. Keurt hij het verzoek goed, dan maakt hij een aantekening in het gezagsregister.

Gezamenlijk gezag ouder en niet-ouder, door de rechter toegekend

Als een niet-ouder een nauwe persoonlijke band heeft met het kind, kunnen de ouder en de niet-ouder aan de rechter vragen om aan hen het gezamenlijk gezag toe te kennen. Hiervoor hebben zij altijd een advocaat nodig.

Een beslissing over het gezag kan ingrijpende gevolgen hebben, zeker wanneer er een andere ouder is. De rechter gaat bij het nemen van die beslissing dan ook zorgvuldig te werk en kijkt naar het belang van het kind. Wijst de rechter het gezamenlijk gezag toe, dan heeft de niet-ouder dezelfde gezagsrechten en plichten als de ouder. Hij of zij is dan samen met de ouder in alle opzichten verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. Het uitoefenen van het gezag door de niet-ouder is niet hetzelfde als het hebben van het juridische ouderschap. Er komen door het uitoefenen van het gezamenlijk gezag geen familierechtelijke banden tot stand tussen het kind en de niet-ouder. Het kind is bijvoorbeeld niet automatisch erfgenaam van de niet-ouder. Daar is een testament voor nodig.

Geen gezag, wel onderhoudsplicht

Een niet-ouder die gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan met de ouder van een kind, heeft altijd een onderhoudsplicht tegenover dit kind als het kind deel uitmaakt van het gezin. Dit geldt dus ook voor de gevallen waarin de niet-ouder niet samen met de ouder het gezag over het kind heeft.

Wijziging van gezag

Als de rechter een beslissing neemt over het gezag gaat hij daarbij uit van de situatie zoals die is op het moment van de beslissing. Die situatie kan in de loop van de tijd natuurlijk veranderen. Als een ouder vindt dat dit het geval is, kan deze de rechter vragen het gezag te wijzigen. De ouders kunnen ook samen om een wijziging vragen. Zo’n verzoek moet worden ingediend bij de rechtbank; de ouders hebben hiervoor een advocaat nodig.

Omgangsregeling/ co-ouderschap

Omgangsregeling

 Zorgverdeling en omgang, het verschil:

Na een scheiding worden de termen verdeling van zorg- en opvoedingstaken en omgang soms door elkaar gebruikt. Er is echter verschil: de term verdeling van zorg- en opvoedingstaken wordt gebruikt voor de ouder mét gezag en de term omgang voor de ouder zónder gezag en derden (bijvoorbeeld de biologische ouder of de grootouders).

Vanaf 1 maart 2009 zijn ouders verplicht bij echtscheiding een ouderschapsplan te maken. Daarin leggen de ouders (mét gezag over de kinderen) afspraken vast zoals bijvoorbeeld over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken (de zorgverdeling), kinderalimentatie en informatie-uitwisseling tussen de voormalige partners. De rechter stelt het ouderschapsplan daarna vast.

Het recht én de plicht tot omgang

Kinderen en de ouder zonder gezag hebben recht op omgang met elkaar, dat staat zo in de wet. De ouder (zonder gezag) heeft zelfs de plicht tot omgang. Bij een echtscheiding is dit soms een moeilijk punt. Tijdens de echtscheidingsprocedure kunnen de ouders de rechter vragen een omgangsregeling vast te stellen. Zij kunnen dit gezamenlijk of afzonderlijk doen. Ook als de ouders nooit met elkaar getrouwd zijn geweest, kan de ouder die niet het gezag over het kind heeft aan de rechter of een omgangsregeling vragen.

Ook anderen dan de ouders kunnen een omgangsregeling vragen

Mensen die een sterke band hebben met het kind kunnen ook aan de rechter vragen een omgangsregeling met hen vast te stellen. Dat geldt dus ook voor de (ex-)partner van de ouder die samen met de ouder het gezamenlijk gezag uitoefende of voor de ex-voogd. U kunt hier verder denken aan pleegouders, stiefouders of de grootouders van het kind.

Niet naleven van de omgangsregeling

Als een omgangsregeling is vastgesteld, moet die ook worden nagekomen. Als de ouders hierbij problemen ondervinden, kunnen ze het beste contact opnemen met een advocaat. Die kan dan bekijken wat er moet worden gedaan. Zo kan een kort geding tegen de weigeraar worden gevoerd. Voor het voeren van een kort geding bij de rechtbank is een advocaat nodig.

Informatie en consultatie

De ouder die het gezag heeft over het kind moet de andere ouder op de hoogte houden van belangrijke zaken die met het kind te maken hebben. Belangrijk zijn bijvoorbeeld gezondheid en school. Bovendien moet de ouder die het gezag heeft de andere ouder raadplegen bij belangrijke beslissingen die het kind aangaan. De ouder die het gezag heeft, is uiteindelijke wel degene die beslist.

De rechter kan op verzoek van een ouder een informatie- en consultatieregeling vaststellen. In zo’n regeling wordt vastgelegd hoe vaak bepaalde informatie wordt gegeven en op welke manier.

Wijziging van een regeling

De rechter kan een vastgestelde regeling wijzigen. Dit geldt zowel voor een regeling die de ouders in onderling overleg zijn overeengekomen als voor een regeling die eerder tussen de ouders is vastgesteld. De ouders of een van hen kunnen een verzoek indienen. De rechter zal de vastgestelde regeling alleen wijzigen als de omstandigheden zijn veranderd of als bij het vaststellen van de regeling is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens.

Co-ouderschap

Er is vaak een misverstand over gezamenlijk gezag en de feitelijke verzorging van de kinderen door middel van co-ouderschap. De term co-ouderschap komt niet in het wetboek voor. Het is een fiscale term die aangeeft dat de ouders in gelijke mate en nagenoeg gelijkwaardige omstandigheden de dagelijkse verzorging en opvoeding van de kinderen verdelen. Dat vraagt van ouders intensief overleg.

Ouderschapsplan

Vanaf 1 maart 2009 zijn ouders die willen scheiden verplicht een ouderschapsplan aan de rechter te verstrekken.

In dat ouderschapsplan moet in ieder geval zijn opgenomen:

 op welke wijze ouders de zorg- en opvoedingstaken verdelen;

  • hoe ouders elkaar zullen informeren en raadplegen over belangrijke aangelegenheden met betrekking tot het kind of de kinderen;
  • hoe ouders elkaar informatie geven en raadplegen over belangrijke zaken over het vermogen van het kind of de kinderen;
  • hoe de kosten van het kind of de kinderen zullen worden verdeeld.

Bij het opstellen van een ouderschapsplan moeten ouders de individuele wensen van de kinderen bespreken en hen in het ouderschapsplan betrokken hebben voor zover dat in hun belang is. Ook moeten ouders het ouderschapsplan in hoofdlijnen met de kinderen hebben doorgenomen (voor zover mogelijk).

Hulp en begeleiding van een professionele in familierecht gespecialiseerde advocaat-mediator is daarbij onontbeerlijk

Het kantoor is goed bereikbaar met gratis parkeergelegenheid. Neem contact op

Huwelijkse voorwaarden

Een akte huwelijkse voorwaarden is kort gezegd een overeenkomst tussen twee gehuwde mensen, waarin alle financiële zaken die zij willen regelen zijn opgenomen. In huwelijksvoorwaarden worden afspraken gemaakt over de kosten van de huishouding tijdens het huwelijk, de verdeling van de bezittingen en de schulden als het huwelijk zou eindigen bijvoorbeeld door overlijden of een echtscheiding. Ook de verdeling van pensioen is daar vaak in opgenomen. Als er geen huwelijksvoorwaarden zijn gemaakt, bestaat er een gemeenschap van goederen. Al het vermogen dat er vóór het huwelijk was of tijdens het huwelijk verkregen wordt, is dan in beginsel van beide partijen samen. Als het huwelijk eindigt, ontvangt ieder de helft van de waarde van de bezittingen en de schulden.

Omdat de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden bij echtscheiding vaak een probleem oplevert, is het verstandig om voor het aangaan van het huwelijk een gespecialiseerde familierechtadvocaat (VFAS) te raadplegen.

Verevening pensioenrechten

Het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd, wordt bij een echtscheiding of een scheiding van tafel en bed verdeeld. Hierover hoeft de rechter geen beslissing te nemen, omdat vanaf 1 mei 1995 de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding geldt. In die wet staat dat het ouderdomspensioen altijd wordt verdeeld, tenzij de partners in de huwelijkse voorwaarden of in een scheidingsconvenant uitdrukkelijk hebben afgesproken dat de toepasselijkheid van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is uitgesloten. Volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding hebben beide partners recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Men kan echter ook een andere verdeling afspreken. De pensioenuitvoerder betaalt te zijner tijd het verdeelde ouderdomspensioen rechtstreeks uit aan beide ex-partners. Om rechtstreeks te kunnen uitbetalen moet de pensioenuitvoerder van uw scheiding op de hoogte zijn. De advocaat/mediator stelt de pensioenuitvoerder van uw scheiding op de hoogte, door binnen twee jaar na de scheiding het formulier Mededeling van scheiding in verband met de verdeling van ouderdomspensioen naar de pensioenuitvoerder te sturen.

Erkenning van kinderen

Buiten het huwelijk van een man en een vrouw geldt dat de man die het kind erkent de vader van het kind is. De man kan het kind al erkennen voordat het wordt geboren. De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt dan een akte van erkenning op. Erkenning kan ook plaatsvinden bij de notaris met een notariële akte. Vindt erkenning niet vóór de geboorte plaats, dan kan de man het kind bij de geboorte-aangifte erkennen, of op een later moment. Ook dit gebeurt meestal bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Het is aan te raden om het kind zo mogelijk al vóór de geboorte te erkennen. Daardoor bestaan de (juridische) familiebanden tussen de vader en het kind ook al tijdens de geboorte van het kind en gelden de rechten en plichten die voortvloeien uit het ouderschap.

Bovenstaande geldt ook als een man en een vrouw een geregistreerd partnerschap zijn aangegaan. De partner van de moeder wordt namelijk alleen door erkenning de juridische vader van het kind. Alleen als een man en vrouw getrouwd zijn, is de echtgenoot van de moeder van rechtswege de vader van het kind.

Als een man en vrouw samenwonen en de man heeft het kind erkend, verkrijgt de vader niet automatisch het ouderlijk gezag over het kind. Hiervoor is een apart verzoek nodig dat door een advocaat bij de rechtbank moet worden ingediend.

Voor een rechtsgeldige erkenning gelden een aantal voorwaarden:

  • de man die het kind erkent, moet 16 jaar of ouder zijn;
  • de moeder moet vooraf schriftelijk toestemming geven als het kind jonger dan 16 jaar is. Daarnaast moet ook het kind vooraf toestemming geven als het 12 jaar of ouder is (soms is dus de toestemming van moeder en kind samen nodig, namelijk als een kind wordt erkend dat tussen de 12 en 16 jaar oud is);
  • als de man gehuwd is met een ander dan met de moeder van het kind, dan moet er sprake zijn van een band tussen de man en de moeder van het kind; of er moet tussen de man en het kind een nauwe persoonlijke band bestaan;
  • erkenning is niet mogelijk door een man die, door bloedverwantschap, niet met de moeder mag trouwen;
  • staat de man die het kind wil erkennen onder curatele, dan is toestemming van de kantonrechter nodig.

Stiefouder adoptie

Bij een adoptie wordt de familieband met de oorspronkelijke ouder(s) verbroken. Er is één uitzondering en dat is de stiefouderadoptie. Daarbij blijft de familieband met één van de ouders bestaan. De nieuwe partner van deze ouder adopteert het kind. Alleen de familieband met de andere ouder (als die er is) wordt verbroken.

De stiefouderadoptie is een adoptie door één persoon. In de praktijk gaat het om een ouder en zijn of haar nieuwe partner, die samen met één of meer kinderen al in gezinsverband samenleven. Bijvoorbeeld een ouder wiens echtgenoot is overleden en die een nieuwe partner heeft of een adoptiefouder die een kind uit het buitenland heeft geadopteerd en wiens partner het kind ook wil adopteren in Nederland. De termijnen van samenleving en verzorging zijn daarom voor de stiefouder hetzelfde als bij adoptie door twee personen. De stiefouder moet ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan de indiening van het verzoek samenleven met de ouder en moet met die ouder ten minste één jaar voor het kind hebben gezorgd. Een uitzondering geldt voor duomoeders.

Duomoeders

In één geval van stiefouderadoptie geldt de termijn van verzorging niet. Namelijk als twee vrouwen een relatie hebben en één van hen krijgt een kind.

De partner van de moeder kan dan voor of na de geboorte een adoptieverzoek indienen bij de rechtbank. Dit geldt ongeacht de samenlevingsvorm van de twee vrouwen. Als de adoptie voor de geboorte is verzocht, werkt de adoptie terug tot het tijdstip van de geboorte van het kind. Het kind geldt dus vanaf de geboorte als kind van beide duomoeders. Wordt het adoptieverzoek na de geboorte, maar niet later dan zes maanden na de geboorte gedaan, dan werkt de adoptie terug tot de datum van indiening van het verzoek: dan geldt het dus vanaf dat latere tijdstip van indiening van het verzoek als kind van de partner van de moeder. Sinds    1 januari 2009 geldt evenmin nog een verplichte termijn van samenleving; voorheen gold een termijn van drie jaar onmiddellijk voorafgaande aan indiening van het verzoek.

Sinds 1 januari 2009 is de stiefouderadoptie door een duomoeder ook in ander opzicht nog aanzienlijk vereenvoudigd: als het kind door of ten gevolge van kunstmatige donorbevruchting als bedoeld in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting is verwekt en een verklaring daarover van de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting aan de rechter wordt overgelegd, wordt het adoptieverzoek toegewezen, tenzij zou blijken dat de adoptie kennelijk niet in het belang van het kind is. In dat geval is dus uitgangspunt dat de adoptie in het kennelijk belang van het kind is en kan het verzoek daarom vrijwel automatisch door de rechter worden toegewezen.

Andere voorwaarden

Hierboven zijn al belangrijke voorwaarden voor een adoptie genoemd. De andere voorwaarden noemen we hier in het kort. De adoptanten mogen niet de grootouder van het kind zijn en zij moeten ten minste 18 jaar ouder zijn dan het kind. Het kind moet op de dag van het verzoek minderjarig zijn. Als het kind 12 jaar of ouder is, moet het zelf geen bezwaar hebben tegen de adoptie. Indien het kind nog geen 12 jaar is, maar het kan al wel goed zijn mening geven en het beseft ook wat de gevolgen zijn van wat hij of zij zegt, dan telt ook zijn mening. Zolang de oorspronkelijke ouders het gezag nog uitoefenen, is adoptie niet mogelijk. Verder moeten zij uitdrukkelijk geen bezwaar hebben tegen de adoptie.

Als zij wel bezwaar hebben, kan de rechter dit maar in drie gevallen naast zich neerleggen:

  • de ouders hebben niet of nauwelijks met het kind in gezinsverband samengeleefd;
  • het kind is ernstig verwaarloosd door de ouders;
  • de ouder is onherroepelijk veroordeeld wegens een ernstig misdrijf jegens het kind, zoals incest.

Voornaam en achternaamwijziging

Een voornaamwijziging kan uitsluitend worden bewerkstelligd via een procedure bij de rechtbank; daarvoor heeft u een advocaat nodig.

Bij een achternaam is dat anders. Voor wijziging van een achternaam moet een verzoek worden ingediend bij het Ministerie van Justitie of bij de rechtbank ingeval van stiefouderadoptie of wijziging gezamenlijk gezag bij een ouder en niet-ouder.

Curatele / bewindvoering / mentorschap

Curatele, bewind en mentorschap zijn maatregelen voor mensen die niet (helemaal) voor zichzelf kunnen zorgen. U kunt daarbij denken aan mensen met een verstandelijke beperking - soms al vanaf hun geboorte -, psychiatrisch patiënten, Alzheimer patiënten of mensen die verslaafd zijn. De maatregelen zijn vooral bedoeld als bescherming tegen anderen die misbruik van de situatie kunnen maken. De maatregelen zijn alleen mogelijk bij meerderjarigen. Totdat iemand achttien jaar is, zorgen de ouders of voogd voor de belangen van minderjarigen. De maatregelen kunnen wel al worden gevraagd, voordat iemand meerderjarig is. Ze gaan dan automatisch in op het moment dat die persoon meerderjarig wordt.

Curatele

De ondercuratelestelling is bedoeld voor mensen die zowel hun financiële als andere persoonlijke belangen niet meer kunnen behartigen. De wet spreekt van een meerderjarige die wegens een geestelijke stoornis, waardoor de gestoorde, al dan niet met tussenpozen, niet in staat is of bemoeilijkt wordt zijn belangen behoorlijk te behartigen. Verder noemt de wet als redenen voor ondercuratelestelling verkwisting en gewoonte van drankmisbruik.

Het drankmisbruik moet er dan wel toe leiden dat de belangen niet behoorlijk worden waargenomen, of dat iemand in het openbaar herhaaldelijk aanstoot geeft of de veiligheid van hemzelf of anderen in gevaar brengt. Iemand die onder curatele is gesteld, verliest zijn/haar handelingsbekwaamheid en mag dus niet meer zonder toestemming van de curator zelfstandig rechtshandelingen verrichten. Iemand die onder curatele is gesteld wordt een curandus genoemd.

Bewind

Onderbewindstelling van goederen is bedoeld voor mensen die door hun lichamelijke of geestelijke toestand tijdelijk of blijvend niet in staat zijn om hun financiële belangen te behartigen. Het is niet altijd nodig om alle goederen van iemand onder bewind te stellen. Soms kan er met een bewind alleen over bepaalde goederen worden volstaan. In de aanvraag moet dan wel precies worden aangegeven om welke goederen het dan moet gaan. Zijn de goederen van iemand geheel of gedeeltelijk onder bewind gesteld, dan mag die persoon niet meer zelfstandig daarover beslissen. Hij mag bijvoorbeeld niet iets verkopen zonder toestemming van de bewindvoerder. Beslissingen moeten wel, zolang dat gaat, samen met de betrokkene worden genomen. De bewindvoerder gaat ook over het beheer van de goederen. Bij het regelen van de financiële zaken van de betrokkene kan de bewindvoerder ook een belastingaangifte doen en (bijzondere) bijstand of huurtoeslag aanvragen.

Mentorschap

De instelling van mentorschap is bedoeld voor mensen die hun persoonlijke belangen (belangen die niet over geld en goed gaan) niet meer kunnen behartigen. Het kan gaan om verstandelijk gehandicapten en psychiatrische of comateuze patiënten; maar ook oudere mensen, zoals demente bejaarden, die zelf geen beslissing op het persoonlijke vlak meer kunnen nemen. U moet daarbij vooral denken aan beslissingen die moeten worden genomen over verzorging, verpleging, behandeling of begeleiding. De mentor neemt dan, zoveel mogelijk samen met de betrokkene, de beslissing, bijvoorbeeld als deze moet kiezen tussen wel of niet zelfstandig blijven wonen of als het gaat om een medische behandeling.

Internationale echtscheiding

Bij echtscheiding met een internationaal aspect (huwelijk in het buitenland of één van beiden heeft een buitenlandse nationaliteit of is in het buitenland geboren) moeten de bevoegdheid van de rechter en het toepasselijk recht voor ieder onderdeel van de echtscheiding worden vastgesteld. Hiervoor dient u een gespecialiseerd familierecht advocaat te raadplegen.

Heeft u een vraag, neem vrijblijvend contact op Neem contact op
Naar boven